Kamer wil kleinere rol voor eindtoets bij oordeel over onderwijskwaliteit

Een nieuwe regering moet met voorstellen komen die de eindtoets minder belangrijk maken bij het vellen van een oordeel over de kwaliteit van een school. Op de laatste dag voor het verkiezingsreces nam de Tweede Kamer hiertoe een motie aan van ChristenUnie en PvdA. VVD en PVV stemden als enige tegen.

De Kamer vindt dat de eindtoets nu een te beperkt beeld geeft van de onderwijskwaliteit en de mogelijkheden van een leerling en dat scholen hier onterecht op worden afgerekend.

De PO-Raad onderschrijft dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de huidige manier van beoordelen, maar tekent hierbij aan dat geen enkele school alleen op basis van onvoldoende leerresultaten het predicaat 'zwak' of 'zeer zwak' krijgt.

Nieuw inspectietoezicht

De vraag hoe de onderwijskwaliteit het beste kan worden gemeten, is al langer onderwerp van gesprek. De Inspectie startte dit schooljaar met een andere manier van toezichthouden bij zeventig schoolbesturen. Waar de inspectie eerder eens in de vier jaar langs alle scholen ging om de kwaliteit te beoordelen, start ze haar onderzoek met het nieuwe toezicht bij de schoolbesturen. Het bestuur moet laten zien hoe het de kwaliteitszorg voor zijn scholen heeft geregeld. De inspectie beoordeelt vervolgens of dit klopt en of de scholen voldoen aan de zogenoemde deugdelijkheidseisen. Daarnaast heeft ze een stimulerende taak om dat wat goed gaat, te helpen verbeteren. Daarbij kijkt ze breder naar het onderwijs op een school dan naar alleen taal en rekenen.
Zeventig schoolbesturen in het primair onderwijs werken nu al met dit nieuwe toezichtskader dat vanaf 1 augustus aanstaande voor de hele sector van kracht wordt.

PO-Raad in gesprek met de inspectie

De PO-Raad en haar leden praten regelmatig met de inspectie over de manier waarop die oordeelt over de onderwijskwaliteit. Onderwerp van gesprek is momenteel een nieuw 'Onderwijsresultatenmodel'. Het huidige model geeft weer welke eindtoetsscore past bij een bepaalde populatie. Met het nieuwe model wordt gezocht naar een eerlijkere manier om de leerresultaten te beoordelen. De vraag is welke rol de eindtoets hierin krijgt.
De PO-Raad vindt het belangrijk dat de inspectie breed naar het onderwijs kijkt maar waakt ervoor dat veranderingen in het toezicht leiden tot meer deugdelijkheidseisen. Hoe meer wordt vastgelegd in de wet, hoe meer de vrijheid van onderwijs immers wordt ingeperkt.

Willen leerresultaten een eerlijke bijdrage leveren aan het oordeel over kwaliteit dan is het essentieel dat de verschillende eindtoetsen vergelijkbaar zijn, benadrukt de PO-Raad. Uit recent onderzoek blijkt dat leerlingen op de verschillende toetsen – er mogen er zes worden gebruikt – verschillend scoren. Dat kan een verkeerd beeld opleveren van de resultaten die zij halen en daarmee van het oordeel over scholen.

De PO-Raad vindt ook dat bij het oordelen voldoende rekening moet worden gehouden met zaken waar het onderwijs beperkt invloed op heeft. Dat geldt bijvoorbeeld voor het niet meetellen van leerlingen met een potentiële achterstand bij het inspectieoordeel. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) concludeerde in februari na onderzoek dat hun aantal wordt vastgesteld op basis van een verkeerde definitie. Het CBS stelt een nieuwe definitie voor die meer recht doet aan het daadwerkelijke aantal leerlingen met een achterstand. Volgens deze definitie zouden twee keer zoveel leerlingen dit risico lopen als nu wordt gesteld. Daarmee kan ook het oordeel over een school er anders uitzien.

Gegevens invullen in BRON

Voor een zo objectief mogelijk inspectieoordeel is het ook van belang dat scholen en hun besturen zelf hun gegevens, waaronder resultaten op de eindtoets en eventuele bijstellingen van het schooladvies, volledig invullen in BRON. Conclusies over onderwijskwaliteit van de hele sector worden mede op basis van deze gegevens getrokken. Zij spelen ook een belangrijke rol bij de evaluatie van de wet.